Op bezoek in Apeldoorn bij voormalig hoofdtrainer Jeroen Burghout

11-08-2022

Enkele weken terug is het 2e clubblad van 2022 verschenen. Wederom een prachtige verzameling van verhalen, interviews, foto's en wetenswaardigheden samengesteld en geschreven door de clubbladredactie, prachtig vormgegeven door Ontwerpstudio John Ligtenberg en gedrukt door Drukkerij Westerlaan. Alle leden, vrijwilligers en sponsoren hebben het clubblad ontvangen. Mocht dit niet zo zijn, stuur een mail naar info@svgrol.nl. In de komende weken zullen we verhalen en interviews uit het clubblad ook op onze website en social media publiceren. Vandaag beginnen we met een uitgebreid interview met voormalig hoofdtrainer Jeroen Burghout, waarin hij onder andere terugkijkt op zijn periode bij Grol, hoe het met hem gaat bij Cambuur en waar zijn ambities liggen. We wensen iedereen veel leesplezier.

Op bezoek in Apeldoorn bij voormalig hoofdtrainer Jeroen Burghout

Bron: Clubblad Nr 2 2022
Door: Rik Gockel

Soms, als je heel goed keek, zag je de twijfel en vrees in zijn ogen. Als een haas die rechtstreeks kijkt in de loop van het jachtgeweer van een jager. Een jonge, ambitieuze trainer uit Apeldoorn, die buiten zijn universum met veel gedrevenheid zijn kennis en kunde probeerde over te brengen op een  onsamenhangende groep voetballers. Meestal trouwens was hij opgewekt, enthousiast en optimistisch. Hij kwam bij Grol op een lastig moment binnen, daarover later meer, en hij geeft ruiterlijk toe dat hij meerdere nachten wakker heeft gelegen van de penibele toestand waarin het eerste elftal destijds verkeerde. Opgeven deed hij nooit en de ambitie bleef. Het is alweer vijf jaar geleden dat hij bij Grol zijn contract uitdiende en vertrok. Al die jaren is hij lid gebleven van onze vereniging. Hoe is het met Jeroen Burghout? Hoe kijkt hij terug op zijn periode bij Grol, wat heeft hij ervan geleerd en in hoeverre is hij op weg om zijn grote droom waar te maken?: hoofdtrainer in het betaalde voetbal.

Op een doordeweekse dag spreek ik met Jeroen af op het terras van Hotel de Paris in de binnenstad van Apeldoorn. Er is een groot feest gaande en het lijkt ons beter ergens anders te gaan zitten. Al wandelend door het centrum gaan we op zoek naar een alternatief. We belanden bij de Irish Pub waar we in zo’n typisch nisje met twee kleine bankjes neerstrijken. Daar praat Jeroen drie uur lang vol overgave over zijn grote passie: voetbal.

Hij was net 30 jaar toen hij bij Grol begon. Een broekie, maar toch al zeven jaar hoofdtrainer op dat moment. Hij vierde successen met ALBATROSS en WSV Apeldoorn en was in bezit van het diploma UEFA TC 1. De Achterhoek was voor hem onontgonnen terrein. “Voor mijn ontwikkeling was het goed om in een andere omgeving aan de slag te gaan. Wijlen Peter Rooks, oud-voorzitter van WSV en Grollenaar, tipte mij dat Grol een trainer zocht met de vereiste diploma’s. Grol speelde op dat moment 1e klasse en in de Achterhoek was de spoeling dun. Zo zijn we bij elkaar gekomen.”

Jeroen is geen trainer die kijkt wat er op z’n pad komt. Je kunt er gerust het etiketje ‘carrièreplanner’ op plakken. Al vroeg was hij zich bewust dat hij als hoofdtrainer bij grote amateurclubs veel ervaring en leermomenten op zou doen. “Tijdens mijn opleiding sportmanagement in Amsterdam kwam ik in contact met Guido Vermeulen, docent sportcoaching en voormalig bondscoach van het Nederlands Volleybalteam. Met hem voerde ik de eerste gesprekken over de route naar de top van het voetbal. Die kan heel verschillend zijn. Het deed mij beseffen dat je als trainer in de jeugdopleiding van een BVO (Betaald Voetbal Organisatie) vaak in een ideaalsituatie werkt. Alles is goed geregeld, er is geld en spelers zijn gemotiveerd. Bij een amateurclub moet je vaak roeien met de riemen die je hebt. Je krijgt veel meer weerstand en jij moet als trainer zelf aan de bak om goede voorwaarden te scheppen. Lastig, maar natuurlijk super leerzaam. Daarom heb ik ervoor gekozen om eerst flink wat jaren in het amateurvoetbal te gaan werken om van daaruit de stap te maken naar het profvoetbal. Grol paste perfect in dat plaatje.”

Jeroen kwam bij Grol niet in een gespreid bedje terecht. De populaire trainer Jos Heutinck liet Grol met een degradatie uit de 1e Klasse achter. De selectie en staf stond slecht in de steigers. “Er ging in de voorbereiding van alles mis. De club wilde de focus op het lopende seizoen houden. Dat is begrijpelijk, maar daardoor kon ik pas heel laat anticiperen op allerlei ontwikkelingen. Sjors Storkhorst had besloten terug te gaan naar RKZVC. Lennard Walterbos raakte direct al zwaar geblesseerd. Ik had geen idee wat er leefde bij de spelers en staf. De boel was uit elkaar gevallen, vanuit de jeugd kwamen nieuwe jongens door en zelfs één uit Grol 8. Er was geen verzorger. Voor mijn gevoel had 40% van de groep een goed niveau, die wisten wat er werd gevraagd. Maar de andere 60% had een heel andere voetbalbeleving. Wat mij geholpen heeft, is dat Bjorn Koldeweij werd aangesteld als assistent-trainer en dat Michel Hoffman teammanager bleef. Zij zorgden dat ik snel integreerde binnen de vereniging. Rob van Meurs was gestopt als bestuurslid technische zaken, maar zijn steun was onvoorwaardelijk.”

Terugkijkend was voor Jeroen een dergelijke start een belangrijk ‘rugzakmoment’. “Als trainer moet je direct bij je aanstelling en voor aanvang van het seizoen stellig zijn in hoe je het aan gaat pakken. Je moet eisen stellen. Dat creëert ook duidelijkheid en rust binnen de vereniging. De eerste maanden bij Grol hebben mij enorm veel energie gekost. Ik zou dat nu heel anders doen.”

Bij Grol kende je sportief gezien twee moeilijke jaren. Dat ging ook gepaard met kritiek. Hoe ben je daar mee omgegaan?

“Grol verkeerde in een niet zo leuke fase. Ook dan moet er een trainer voor de groep staan. Sommige trainers stappen dan niet in, die kiezen altijd een club waar wat te halen valt. Ik had na één jaar kunnen stoppen en wat anders kunnen gaan doen, maar dat was mijn eer te na. Ik heb altijd volgens een bepaald idee getraind. Weloverwogen beslissingen genomen. In de groep zat veel twijfel en emotie. Er speelden verschillende belangen door elkaar heen. Soms ook familiair en dan kwam het heel dichtbij. Kritiek hoort erbij, dat is inherent aan het vak hoofdtrainer. Het is een utopie dat iedereen je graag mag. Grol is een club waar veel sentimenten spelen en de achterban zich roert als het niet lekker loopt. Soms voelde ik me niet begrepen en dan is trainer zijn een éénzaam bestaan. Ook dat was leerzaam.”

Wat heb je ondanks de magere resultaten wel kunnen bereiken bij Grol?

“Vooropgesteld, ik heb bij Grol leuke mensen ontmoet en in een prima omgeving kunnen werken. Met Wessel Baarslag en Quint Kristen heb ik zelfs nog steeds contact. Ik kijk absoluut niet met een negatief gevoel terug. Ik denk dat de degradatie uit de tweede klasse achteraf gezien wel goed was. In mijn tweede jaar bij Grol ontstond op een lager niveau meer rust in de groep. Het tweede team werd stabieler en sterker, de staf wat evenwichtiger. Ik kan me nog herinneren dat we met het hele team een paar dagen naar Winterberg zijn geweest. Michel Hoffman, Pieter Peeters en Bjorn Koldeweij hielden in die periode de sfeer erin. Er werd weer samengewerkt. Van daaruit kan een elftal weer groeien.”

Hoe was dat ook alweer met die fiets op het station in Lievelde?

“Haha! Op zondag na de wedstrijd dronk ik altijd een paar biertjes en dat liep natuurlijk wel eens wat uit. Ik ging dan met de trein terug naar Apeldoorn en had daarom een fiets in Lievelde op het station staan. Dat ging een paar keer goed, maar op een zekere zondag stond mijn fiets daar zonder zadel. Dan is drie kilometer fietsen best wel lastig. En daar bleef het niet bij. Een paar weken later waren beide banden lek gestoken en tot overmaat van ramp is mijn fiets helemaal afgebrand.”

Ondanks die lastige periode bleef Jeroen een standvastige houding etaleren. Hij liep niet weg voor weerstand of tegenslag. Hij wilde uiteindelijk slagen. De mensen die Jeroen van dichtbij meemaakten zagen een trainer met een enorme bezetenheid. Met mensen binnen de club praatte hij veel over voetbal, hij maakte hun deelgenoot van zijn gedachtengoed. Hij zocht mensen op uit het betaald voetbal, gebruikte ze als klankbord, als raadgevers voor zijn loopbaan als trainer. Die drijfveer is typisch Jeroen, er alles voor over hebben om een stap verder te komen.

Die stap naar het betaalde voetbal kwam niet direct na Grol. Jeroen keerde terug naar zijn geboorteplaats Apeldoorn en werd trainer van CSV. Twee-en-een-half jaar zorgde hij voor stabiliteit bij de zaterdaghoofdklasser. Een heel andere club dan Grol. “Binnen het Apeldoornse voetbal is veel concurrentie. Spelers stappen voor wat geld zo over naar een andere club. Ieder jaar zijn er gigantisch veel overschrijvingen. Ik heb daar ook mogen ervaren hoe bemoeierig een businessclub kan zijn. Dan is trainen bij Grol veel leuker, koester dat, zou ik zeggen.” In zijn tweede jaar CSV krijgt Jeroen een tip dat Cambuur Leeuwarden een trainer zoekt voor het Onder-21 team. Direct is zijn gevoel hierbij goed. “Voor mij was dit dé kans om me verder te ontwikkelen in een nieuwe omgeving. Cambuur is een sleeping gigant. Een volksclub pur sang met een kleine organisatie. Ik had direct het idee dat ik hier veel zou kunnen leren.”

Jeroen wordt aangenomen en is inmiddels alweer twee jaar trainer in het hoge Noorden. Als hoofdtrainer van onder 21 moet Jeroen een heel team en de staf aansturen. Drie dagen in de week helpt hij als assistent bij het eerste elftal. Hij richt zich dan met name op het trainen van standaard situaties. Jeroen vertelt dat Cambuur een heldere doelstelling heeft. Ze willen structureel bij de beste veertien clubs van Nederland horen. Volgend jaar betrekken ze een verbeterde trainingsaccommodatie en een nieuw stadion is in aanbouw.

Iedere leeftijdscategorie heeft zijn eigen kenmerken. Wat is karakteristiek voor het trainen van talenten onder 21 jaar? Waar krijgt een trainer mee te maken?

“In mijn team word ik geconfronteerd met jongens die het wel of niet gaan redden. Sommige jongens doen al mee in de hoofdmacht en andere jongens zie je langzaam afhaken. Je probeert ze rijper te maken en ze voor te bereiden op wat er gevraagd wordt in het profmilieu. Je krijgt te maken met zaakwaarnemers die van alles willen. Daar zitten goede en slechte tussen. En ook op sociaal gebied gebeurt er van alles. Sommige wonen voor het eerst op zichzelf in een talentenwoning. Zo had ik een jongen uit Australië die tijdens corona helemaal alleen woonde in Leeuwarden. Die had het best lastig en die hebben we veel extra aandacht gegeven. De jongens werken op het veld keihard, maar daarbuiten zijn ze vrij lui aangelegd. Dat is kenmerkend voor deze doelgroep.”

Hoe is het gesteld met het niveau van de Nederlandse jeugdvoetballers die spelen bij een BVO?

“Wat mij opvalt is dat de top, de bovenkant van de piramide, erg smal is. Speel je bij AZ onder 18 jaar dan is de kans dat je prof wordt 64%. Speel je bij De Graafschap of Cambuur onder 18 jaar, dan is de kans dat je prof wordt ongeveer 10%. Eigenlijk zou de top breder moeten worden. Dat spelers buiten Ajax, PSV, Feyenoord en AZ sterker worden en een kans krijgen. Daarmee krijgt de eredivisie ook meer evenwicht.”

Jeroen heeft bij Cambuur een enerverend jaar achter de rug. Hij werd kampioen met zijn elftal bij MVV in Maastricht, maar kon daar zelf niet bij zijn. Een dag voor de kampioenswedstrijd testte hij positief op corona. Nu, begin juni, beseft hij dat het hard werken is geweest het hele jaar. Hij is iedere ochtend vroeg op de club en gaat laat weer weg. “Je zit in een patroon van trainingen geven, wedstrijden doen, beelden bekijken en weer voorbereiden op de nieuwe tegenstander. Ik maak veel clipjes van spelmomenten voor de spelers. Die stuur ik door via de app. Deze generatie groeit op met een mobiel en daar maak ik optimaal gebruik van.” Twee keer in de week blijft hij over in een hotel. Op zijn vrije woensdag geeft hij instructielessen aan de beroepsbrandweer in Deventer. Bij zijn oude club WSV zit hij in een klankbordgroep en in de commissie nevenactiviteiten. Voor vrije tijd is weinig over.

Je bent volgend seizoen voor het derde jaar op rij de eindverantwoordelijke bij Cambuur O21. Je bent nu 37 jaar. Wat wil je bereikt hebben voordat je veertig wordt?

“Dan wil ik in bezit zijn van Coach Betaald Voetbal en assistent zijn bij het eerste elftal van een profclub. De laatste stap naar het hoofdtrainerschap. Of ik dat diploma in Nederland kan halen of in het buitenland is nog de vraag. In Nederland zijn maar een beperkt aantal plekken beschikbaar en dat is frustrerend. Afgelopen jaar ben ik in Nederland niet toegelaten en ga ik het volgend seizoen nog één keer proberen. Bij een nieuwe afwijzing is het alternatief om uit te wijken naar Schotland of België. Ik heb er alles voor over om me verder te ontwikkelen.”